heidschnucke

  • Heidschnucke vacht diervriendelijke gevilt

    165.00

    Een grote Heidschnucke vacht die diervriendelijke gevilt is. De achterkant van de Heidschnucke vacht is gevilt met merinowol en vormt een stevige basis voor deze vacht. De wol heeft een warm kleurverloop van blond naar bruin / grijs.

    De Heidschnucke kent zijn oorsprong op de voedselarme gebieden van de Lünenburger Heide (Niedersachsen), maar in de laatste jaren ook in de overige gebieden van de Bondsrepubliek Duitsland en in Zwitserland. Door het afgrazen van de heide zorgen ze ervoor dat het typische karakter van dit landschap bewaard blijft. In het noorden van Duitsland was de Heidschnucke het belangrijkste schaap, in 1848 bedroeg de populatie ervan nog bijna 400.000 stuks (volgens andere bronnen zouden er het rond 1870 zelfs meer dan 1.500.000 geweest zijn), sindsdien gaat het bestand echter voortdurend achteruit in aantal, niet in gemiddeld gewicht, want dat blijkt sinds 1921 met bijna 50 % opgevoerd. De oorzaak van deze terugval moet gezocht worden in het feit dat de schapenhouderij algemeen minder belangrijk werd, en ook omdat er belangrijker schapenrassen waren die dit vrij primitief ras verdrongen. De Heidschnucke is inderdaad een vrij primitief schaap, hij zou nog vrij dicht tegen de Moeflon staan. De Heidschnucke hoort thuis in het rijtje van kortstaartige Noordwest-Europese schapen en heeft een kenmerkende kop met lichtgebogen profiel. Het zijn tamelijk kleine lichtgebouwde dieren met fijne poten, de schofthoogte varieert van 60 cm voor de ooi tot 67 cm voor de ram.

     

    De wol heeft een diameter van 38 à 39 micron. De dubbele vacht moet goed gevormd en niet te licht van kleur zijn, Dd bovenvacht bestaat uit grof bovenhaar (kemp) en de ondervacht uit fijne zachte wol. De lammeren worden met zwarte krullende wol geboren en in de loop van het eerste levensjaar begint de wol te verkleuren. Na de eerste scheerbeurt ontstaat de ras eigen grijze kleur.